Wie groen spaart of belegt, krijgt een vrijstelling in box 3. Maar die wordt afgeschaft. Ook bij het opgeven van werkelijk rendement gelden specifieke regels. De Belastingdienst heeft hierover nu meer duidelijkheid gegeven. Dit is hoe het werkt.
Wie groen spaart of belegt, krijgt in box 3 een vrijstelling en een extra heffingskorting. Maar bij het werkelijk rendement gelden aparte spelregels. Die zijn van belang voor het ‘formulier Opgaaf werkelijk rendement’ én voor de aangifte inkomstenbelasting 2025.
Jaar van aankoop telt niet mee
Groene beleggingen en groen spaargeld die in de loop van het kalenderjaar zijn gekocht of verkregen, blijven in dat jaar buiten beschouwing, zo laat de Belastingdienst weten. Ze tellen dus niet mee voor:
- de berekening van het werkelijk rendement, én
- de bepaling van het forfaitaire rendement.
Onder de vrijstelling op 1 januari
Is de waarde van de groene beleggingen op de peildatum 1 januari lager dan de vrijstelling? Dan telt het werkelijk rendement dat jaar niet mee. Dat betekent: zowel de rente als de waardemutaties blijven buiten beschouwing.
Boven de vrijstelling op 1 januari
Komt de waarde op 1 januari boven de vrijstelling uit? Dan moet het werkelijk rendement wél worden berekend. De vrijstelling wordt daarna naar rato toegepast op het rendement uit rente en waardemutaties.
Voorbeeld (boven de vrijstelling)
Stel: iemand heeft op 1 januari 2022 voor €70.000 aan groene beleggingen. De vrijstelling in 2022 bedraagt €61.215. De belegging levert in 2022 in totaal €2.000 werkelijk rendement op (rente en waardemutaties samen).
Omdat het bedrag boven de vrijstelling uitkomt, moet het werkelijk rendement worden berekend. Vervolgens wordt de vrijstelling naar rato toegepast.
In dit voorbeeld is 61.215 / 70.000 = 87,5% van het groene vermogen vrijgesteld.
Dat betekent dat ook 87,5% van het rendement buiten beschouwing blijft.
Het deel dat wél meetelt is dan ongeveer 12,5% van €2.000 = €250.
Zo zie je dat alleen het rendement over het deel bóven de vrijstelling in aanmerking wordt genomen.
Vrijstelling groen sparen en beleggen 2017–2027
|
Jaar |
Vrijstelling groen sparen en beleggen |
|
|
|
geen fiscaal partner |
fiscaal partners |
|
2017 |
€57.385 |
€114.770 |
|
2018 |
€57.845 |
€115.690 |
|
2019 |
€58.540 |
€117.080 |
|
2020 |
€59.477 |
€118.954 |
|
2021 |
€60.429 |
€120.858 |
|
2022 |
€61.215 |
€122.430 |
|
2023 |
€65.072 |
€130.144 |
|
2024 |
€71.251 |
€142.502 |
|
2025 |
€26.312 |
€52.624 |
|
2026 |
€26.715 |
€53.430 |
|
2027 |
€200 |
€400 |
De extra heffingskorting blijft tot en met 2027 0,1% van het vrijgestelde bedrag. Vanaf 2028 verdwijnen zowel de vrijstelling als de extra heffingskorting.
LET OP: De eerstvolgende peildatum is 1 januari 2027 (peildatum box 3). Per die datum is de vrijstelling nagenoeg verdwenen: €200. Opnieuw gaan groensparen heeft dus fiscaal gezien geen zin.