Artikelen

Box 3 update: antwoorden op 300 vragen van Eerste Kamer

Box 3 update: antwoorden op 300 vragen van Eerste Kamer

Begin april stelde de Eerste Kamer zo’n 300 vragen over de nieuwe box 3-wet die per 2028 moet ingaan. Staatssecretaris Eelco Eerenberg heeft die nu beantwoord. 

De antwoorden van de staatssecretaris op vragen die de senatoren stelden:

  • Complexiteit van de regels — zijn de regels uitvoerbaar voor de belastingbetaler en de Belastingdienst?
    De gegevensaanlevering door banken en financiële instellingen is van groot belang. Hetzelfde geldt voor de ICT bij de Belastingdienst. Voor beide moet nog het nodige gebeuren.
  • Uitwijkgedrag naar een BV — gaan beleggers box 3 ontwijken door hun vermogen onder te brengen in een BV?
    Dat is wel de verwachting. Er wordt rekening gehouden met een ‘gedragseffect van 20%’ door invoering van het nieuwe stelsel. Met name bij grote vermogens. Onder die 20% vallen allerlei gedragseffecten zoals meer consumptie, meer schenkingen of giften, het verschuiven van hoogrenderende naar laagrenderende beleggingen of het verplaatsen van vermogen naar een BV of mogelijk weglek naar het buitenland. 
  • Belasting op papieren winsten — hoe eerlijk is het om belasting te heffen over winst die nog niet is gerealiseerd? Wat als daarna verliezen volgen?
    Het voorliggende wetsvoorstel is een tussenstap in de richting van een volledige vermogenswinstbelasting. Achterwaardse verliesverrekening met 1 jaar wordt nog onderzocht. Voorwaartse verliesverrekening zit al in het wetsvoorstel.
  • Betalen zonder liquide middelen — hoe moet belasting worden betaald als vermogen vastzit in bijvoorbeeld vastgoed?
    Draagkracht is breder dan de hoeveelheid liquide middelen. Ook ongerealiseerde waardestijgingen vergroten feitelijk de draagkracht van belastingplichtigen.
  • De aangekondigde aanpassingen (novelle) — wat verandert er nog aan de plannen?
    In augustus komt daarover meer duidelijkheid.
  • Inflatie —moet daarmee rekening gehouden worden bij de belastingheffing?
    Dat zou wel beter aansluiten bij draagkracht. Maar er wordt bewust voor gekozen om daarmee geen rekening te houden. Ook in andere boxen is heffing over nominaal rendement de hoofdregel. Alleen voor box 3 een andere keuze maken zou tot verschillen tussen boxen leiden.
  • Eigen gebruik vakantiewoning — veel fiscalisten zien dit niet als rendement dat moet worden belast.
    Het kabinet is het daar niet mee eens. Onroerende zaken behoren tot deze bezittingen ongeacht de wijze van gebruik van die onroerende zaak of het antwoord op de vraag of de belastingplichtige de onroerende zaak (hoofdzakelijk) als belegging heeft.
  • Verkoopwinst box 3-woningen — betaal je straks toch over waardeverandering van vóór 2028?
    Nee. De WOZ-waarde van 2029 is de startwaarde (waardepeildatum 1 januari 2028). Volgens het kabinet sluit de WOZ-waarde in de praktijk aan bij de waarde in het economische verkeer. Mocht de WOZ-waarde wel te laag zijn, dan kun je in 2029 bezwaar maken tegen de WOZ-beschikking.

De verwachting is dat de Eerste Kamer zal instemmen. Op 30 juni vergadert de Kamer weer. Word vervolgd dus.

Meer weten?

Lees ook: ‘Box 3: alles wat je nu moet weten’. Hierin lees je ook wat je nu vooral niet moet doen...