Goed nieuws: de geplande verhoging van het hoge forfaitaire rendement in box 3 van 5,88% (2025) naar 7,78% in 2026 gaat niet door. Ook de voorgenomen verlaging van het heffingsvrije vermogen van €57.684 naar €51.396 is geschrapt. De Tweede Kamer heeft hiervoor een amendement aangenomen dat beide maatregelen uit het Belastingplan van tafel haalt.
Box 3 2026
Voor 2026 wordt het forfaitaire rendement in box 3 voor overige bezittingen vastgesteld op 6%. Het definitieve forfaitaire rendement voor spaargeld en schulden wordt pas ná afloop van 2026 bepaald.
Het heffingsvrije vermogen gaat in 2026 omhoog naar €59.357 (of €118.714 voor fiscaal partners).
Meer belasting voor huiseigenaren
De geschrapte box-3-maatregelen worden gecompenseerd door een hogere belasting voor huiseigenaren die weinig of geen hypotheekrenteaftrek meer hebben. Zij krijgen namelijk minder ‘aftrek geen of kleine eigenwoningschuld’ (Hillen-regeling) wanneer het eigenwoningforfait hoger is dan de hypotheekrente.
De Hillen-regeling werd al stapsgewijs afgebouwd, maar dat gaat nu sneller: in 2041 is de regeling volledig verdwenen (voorheen 2048).
Wat betekent dit in de praktijk?
Bij een woning met een WOZ-waarde van €500.000 en een volledig afgeloste hypotheek geldt in 2026:
- korting op eigenwoningforfait volgens oude plan: €1.283,33
- korting na versnelling Hillen-afbouw: €1.257,67
- verschil: circa €25
Na toepassing van het belastingtarief in box 1 resulteert dit in een lastenverzwaring van ongeveer €10 per jaar in 2026.
Voor woningen met een hogere WOZ-waarde loopt het effect verder op.
Bij woningen met een deels afgeloste hypotheek is het effect juist kleiner.