D66, VVD en CDA hebben een coalitieakkoord gesloten: ‘Aan de slag Bouwen aan een beter Nederland’. We zetten de belangrijkste plannen voor je op een rij.
Werk en inkomen
- Meer werken moet lonen. Gekeken wordt naar het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
- Minder inkomensafhankelijke heffingskortingen.
- De loondoorbetaling bij ziekte wordt ‘meer werkbaar’ gemaakt, met name in het mkb.
- Leven Lang Ontwikkelen krijgt een impuls, met nieuwe regelingen voor tekortsectoren en later individuele leerrechten.
- De transitievergoeding wordt aangepast zodat deze doet waar hij voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk.
Uitkeringen
- De WW-uitkering wordt hoger in het begin en verkort naar 1 jaar.
- Minder uitkering bij arbeidsongeschiktheid.
- De AOW wordt vanaf 2033 1 op 1 gekoppeld aan de levensverwachting en gaat daardoor sneller omhoog. Dat betekent langer doorwerken.
Wonen
- De hypotheekrenteaftrek blijft ongewijzigd.
- Er komt een doorstroombank of een aantrekkelijk hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek), zodat stenen makkelijker in geld zijn om te zetten.
- Regels, vergunningen en bezwaarprocedures voor woningbouw worden versimpeld. Daardoor kan er sneller worden gebouwd en verbouwd. Ook woningdelen, splitsen en het plaatsen van mantelzorgwoningen wordt makkelijker.
- Permanente bewoning van recreatiewoningen wordt toegestaan.
- Er wordt een vermogenstoets ingevoerd voor mensen die een sociale huurwoning aanvragen.
Ondernemers en ZZP’ers
- Vaak ter discussie gestelde regelingen die belangrijk zijn voor bedrijven blijven, zoals de expatregeling, innovatiebox, bedrijfsopvolgingsregeling, verliesverrekening, de deelnemingsvrijstelling en WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk).
- Fiscale regelingen voor ondernemers, zoals de WBSO en Werkkostenregeling, worden vereenvoudigd.
- De WBSO wordt uitgebreid voor AI en technologie.
- De investeringsregelingen EIA, MIA en VAMIL worden waar mogelijk samengevoegd.
- Kredietregelingen mkb, zoals de BMKB, blijven beschikbaar.
- Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt. Dat gebeurt gefaseerd. Om te beginnen wordt het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar ingevoerd samen met de sectorale rechtsvermoedens en toetsingscommissie uit de Zelfstandigenwet. Daarna volgt de rest van de Zelfstandigenwet.
- Er komt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.
- Voor DGA’s moet de belastingdruk in evenwicht zijn.
- De vennootschapsbelasting gaat niet omhoog.
Beleggen
- Spaargeld beleggen in de Nederlandse economie wordt aantrekkelijker, onder meer via een EU-beleggingsrekening. Ook een zogeheten win-win-lening wordt onderzocht.
- Het nieuwe box 3-stelsel (belasting over het werkelijke rendement) moet doorgroeien naar een vermogenswinstbelasting en langetermijnbeleggen stimuleren.
Kinderen
- Kinderopvang wordt bijna gratis voor werkende ouders.
- Kinderbijslag en kindgebonden budget worden samengevoegd tot 1 kindregeling. met een hoger vast en een lager variabel bedrag.
- De uitwonende beurs gaat omhoog.
- De rente op studieschulden wordt gemaximeerd op 2,5%.
- BBL-studenten krijgen een betere financiële positie.
Gezondheid
- Het eigen risico stijgt vanaf 2027 mee met de inflatie en gaat dat jaar €60 extra omhoog. Verwacht: ongeveer €460.
- Per behandeling geldt straks een maximum van €150 aan eigen risico.
- De aftrek specifieke zorgkosten wordt geschrapt per 2028. Hetzelfde geldt voor de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ-regeling).
- Huishoudelijk hulp voor mensen met genoeg geld wordt per 2029 geschrapt.
- Er komt een eigen bijdrage voor wijkverpleging.
- De vermogensgrens voor de zorgtoeslag gaat per 2028 omlaag en wordt gelijk aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
- Er komt vanaf 2030 een suikertaks voor voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%.
Auto
- Benzine wordt duurder: de accijnskorting op benzine wordt niet verlengd.
- Er wordt gekeken naar een autobelasting naar oppervlakte of omvang binnen de mrb (wegenbelasting).
Let op: dit zijn plannen. Ze gaan pas door als er een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer voor is.