De mens lijdt vaak het meest door het lijden dat hij vreest. Dit spreekwoord is vooral beleggers op het lijf geschreven. Die zijn namelijk veel banger voor een zware beurskrach dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Dit blijkt uit de sinds 1989 lopende Investor Confidence Survey van Nobelprijswinnaar Robert Shiller. De doorsnee belegger, zo bewijst de studie, acht de kans op een onverwachte, catastrofale beurskrach in het komende half jaar in de VS steeds op 10 à 20 procent. Maar historisch gezien is de kans op zo’n flitskrach maar 1 procent, dus tien tot twintig keer zo klein!
Dit onuitroeibare pessimisme van beleggers komt mogelijk (deels) door de financiële pers, oppert Schiller. De media brengen slecht beursnieuws namelijk systematisch groter en langer dan leuke tijdingen over de effectenhandel. Dat is emotioneel verwarrend voor de beleggende particulier. Want in de hoop op winst dobbert hij op de ruwe zee van fluctuerende beurskoersen. Als hij daar een alarmerend nieuwsitem ziet, hoort of leest, kan hij zomaar veranderen in een held op sokken die, overmand door angst, al zijn effecten verkoopt of zich vastklampt aan alles wat redding (lees: tips en winst) belooft.
Maar de meeste beleggingstips zijn wrakhout. Ook dat heeft de wetenschap meermalen aangetoond. Neem het onderzoek van hoogleraar Hendrik Bessembinder van Arizona State University. Zijn studie “Do Stocks Outperform Treasury Bills?” die loopt sinds 2018, laat zien dat de meeste beleggingstips, analistenaanbevelingen en ‘hot tips’ geen extra winst opleveren voor de particuliere belegger. Erger: ze leiden vaak tot onderpresteren of veroorzaken verlies. Dit is trouwens een van de vele studies die verklaart waarom individuele aandelenkeuzes meestal slecht uitpakken.