“Ben je al geweest? Of ga je nog?” Dat vragen Nederlanders elkaar in de zomermaanden over en weer. Ze doelen op de vakantie, ons meest populaire tijdverdrijf. Bijna acht op de tien Nederlanders gaat jaarlijks een of meer keren op vakantie. In 2025 hebben we er met zijn allen maar liefst 33 miljard euro aan uitgegeven. Dat is gemiddeld bijna tweeduizend euro per Nederlander, inclusief alle baby’s, scholieren en hoogbejaarden.
Er zijn veel goede redenen om geld uit te geven aan vakantie. Je koopt rust, ontspanning, inspiratie, buitenleven, vrijheid en gezondheid. En je ontsnapt aan kantoren, files, motregen, stress en de sleur van alledag. Maar deze oceaan van geluk heeft een januskop. Vakantie kost je namelijk, naast euro’s, een hoop planning en rekenwerk. Dat begint met het afstemmen van vakantiedagen met collega’s, medevakantiegangers en je baas. En het afronden van werk dat niet kan blijven liggen. Dan volgt de selectie en boeking van vliegreizen, hotels, campings, vakantiehuisjes, huurauto’s en excursiepakketten. En dus surf je je suf op het internet, verdwaalt in boekingsvoorwaarden en doortrapte prijzentrucs op boekingssites.
Ben je trouwens passend verzekerd? Europadekking is niet slim als je Amerika of Canada bezoekt. En hoe zit het met je ziektekosten? Het is ongezond voor je portemonnee als je onverzekerd belandt in een Amerikaanse privékliniek. Ook een annuleringspolis kan de plank misslaan. Lees de voorwaarden. Niet alle soorten levenspech zijn afgedekt.