Wat zijn kinderen duur, hoor je ouders vaak kreunen. Het begint met een babyuitzet, luiers, voeding en kinderopvang. Daarna gaat het echt los met merkkleding, zakgeld, elektronische apparatuur, vakanties, sportclubs, bijles, fietsen, rijles en peperduur studeren. Volgens sommige pessimisten kan de rekening voor opvoeding zo oplopen tot tonnen per kind tot achttien jaar.
Debet hieraan is de slimheid van kinderen zelf. Ze zijn geniale marketeers, die het effect van sociale druk en FOMO beter onder de knie hebben dan menig TikTok-influencer. ‘Ja maar mam, iedereen heeft er een’ of `iedereen er is geweest´. En dan sta je daar. Met je gezonde boerenverstand, je slinkende spaarrekening en een knagend schuldgevoel. Want wie wil dat zijn kind impopulair is? Of erger: bekend staat als de sukkel van de groep.
Maar ergens in een oud gedicht staat ook nog steeds die ene ware, maar o zo accurate zin: “De bedorven kinderen van heden zijn zelden de grote mannen van de toekomst...”
Pareer te dure wensen daarom met: “Daar wil ik even over nadenken”. Stel je 11-jarige zoon wil een nieuwe smartphone. Misschien is dat, met duidelijke afspraken, ook handig voor jou, want zo kun je communiceren. Of stel je dochter wil op haar verjaardag een ballonvaart met zes vriendinnen, maar dat vind je te duur. Leg dat rustig uit. Dat is een nuttige geldles, die je kind inzicht geeft in de eindigheid van een budget. Je ‘nee’ kun je verzachten met een voordeliger alternatief. In plaats van de ballonvaart organiseer je bijvoorbeeld een nachtje in tenten op een camping of je eigen tuin.
Ook is het de kunst om onderscheid te maken tussen grillen en echte wensen. Stel je zoon snakt naar de DJI AIR 3-drone (849 euro). Hij kan het niet betalen, is niet spoedig jarig en het is ook niet bijna Sinterklaas. Dan kan een verlanglijst uitkomst bieden. Hang een vel papier met de titel Verlanglijst op in de kinderslaapkamer of in de keuken. Je kind mag elk verlangen opschrijven, weer doorstrepen of aanpassen. De overgebleven wensen kun je, binnen je budget, inwilligen op een verjaardag of met Sinterklaas.
Het meest leerzaam is het om dure wensen aan te grijpen om een kind te leren ervoor te sparen. Teken een thermometer van een meter hoog op ruitjespapier. Het ‘kwik’ zijn de gespaarde euro’s. Stel er moet 70 euro op tafel komen voor een computerspel. Het kind heeft al 20 euro. Dit geld geeft hij tijdelijk in bewaring aan pa of ma, waarna hij het kwik mag inkleuren tot 20 euro. De overige 50 euro kan hij vergaren door bijvoorbeeld zakgeld te sparen, geld voor zijn verjaardag te vragen, betaalde klusjes te doen of spullen of kleding te verkopen op marktplaats, Vinted of Koningsdag.
Vaak verandert het spaardoel voordat de eindstreep is bereikt. Dat maakt niets uit. Met een spaarthermometer leert een kind echte wensen te onderscheiden van grillen, te plannen en te sparen, terwijl hij geen grote bedragen contant hoeft te bewaren. Het zien stijgen van het kwik is pure voorpret.
Zo maak je sparen de favoriete game van je kind
1. Het 3-potjes-systeem: nu, straks en later geld – visueel én effectief
Geef je kind het zak- of kleedgeld niet als één bedrag, maar verdeel het in drie doorzichtige potten (of drie aparte digitale spaarpotjes) met de volgende labels:
50% NU (onmiddellijke lol – snoep, stickers, kleine onzin)
30% STRAKS (iets dat je kind binnen 1–6 maanden wil hebben)
20% LATER (groot doel: telefoon, fiets, drone, rijbewijs, reis)
2. Verdubbel hun inzet: stel een “ik verdubbel-wat-je-zelf-verdient” regel
(Groot)ouders zeggen: “Voor elk bedrag dat je zelf verdient met klusjes, babysitten, krantenwijk, oude spullen verkopen, etc… verdubbelen wij de vergoeding (tot bijvoorbeeld maximaal €150/€200).”
Resultaat: kinderen gaan opeens wél de tuin aanharken, honden uitlaten en oude Lego verkopen op Marktplaats. Ze ontwikkelen arbeidsethos én het gevoel dat sparen sneller gaat als je zelf iets doet.
3. Maak het psychologisch: bedenk een “Nee, maar wél”-spaardeal
In plaats van bot “nee” te zeggen op een duur verzoek, onderhandel je: “Ik ben bereid om 30 procent te betalen als jij de andere 70 procent spaart.” Of: “Ik betaal het bedrag dat het ding vorig jaar kostte, de rest kan je zelf sparen.”
Veel kinderen die dit soort afspraken een paar jaar volhouden, zeggen rond hun 14e–17e ineens spontaan: “Ik ga zelf sparen voor mijn rijbewijs, dan hoef jij veel minder bij te leggen.” En dat… is uiteindelijk het mooie van dit verhaal.