Het was opnieuw een stresstest voor de wereldeconomie: de recente Iranoorlog en de sluiting van de Straat van Hormuz. Waar aanvankelijk werd gevreesd voor een nieuwe energiecrisis en forse groeivertraging, is de economische schade opvallend beperkt gebleven.
Dat patroon hebben we eerder gezien: bij corona, bij de oorlog in Oekraïne, en nu dus opnieuw. Na elke schok krijgt doemdenken snel de overhand. Ook nu werd weer gespeculeerd over een olieprijs van boven de $150 per vat en een nieuwe recessie. Maar net als in eerdere crises is de werkelijkheid weerbarstiger gebleken. Energieprijzen reageerden, maar ontspoorden niet. Groei vertraagde, maar bleef positief. Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat veerkracht geen statisch gegeven is.
Wie alleen in doemscenario’s denkt, vergeet het menselijk vermogen om zich aan te passen
De afgelopen jaren hebben bedrijven, consumenten en overheden zich herhaaldelijk aangepast, en daarmee hun weerbaarheid vergroot. De pandemie versnelde digitalisering en flexibiliteit in arbeid. De oorlog in Oekraïne leidde tot snellere energiebesparing en een forse impuls voor duurzame energie. Juist door dit soort investeringen is de gevoeligheid voor nieuwe schokken kleiner geworden. Bedrijven hebben hun toeleveringsketens verbreed en de economie is minder afhankelijk geworden van fossiele energie uit onstabiele regio’s. Wat ooit een fragiel systeem leek, is geleidelijk robuuster geworden. Voor beleggers benadrukt dit het belang van scenariodenken. Niet alleen de negatieve uitkomsten verdienen aandacht, maar juist ook de aanpassingsmechanismen die in werking treden. Wie alleen doemscenario's analyseert, mist misschien wel de krachtigste economische trend van allemaal: het menselijk vermogen om zich aan te passen.
Rabobank |