De toekomst van box 3 blijft onzeker. Het kabinet neemt meer tijd en heeft 4 mogelijke scenario’s op tafel gelegd.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg beloofde in juni 2026 om met Prinsjesdag met voorstellen te komen voor aanpassing van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. In dat wetsvoorstel is een vermogensaanwasbelasting de hoofdregel. Ook zou er meer informatie komen over een mogelijke overstap naar een vermogenswinstbelasting.
Geen besluit met Prinsjesdag
Die voorstellen kwamen er niet. Al voor Prinsjesdag werd duidelijk dat D66, VVD en CDA geen akkoord hadden bereikt over de toekomst van box 3, wat is beter, een woord ]. Daarom zijn in de plannen van Prinsjesdag geen wijzigingen opgenomen voor de belasting over het werkelijke rendement.
Wel is er een brief van minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg. Daarin schetsen zij 4 scenario’s voor de toekomst van box 3, met bijbehorende prijskaartjes. Die brief vormt de basis voor verdere gesprekken met de Tweede en Eerste Kamer. Nieuwe voorstellen worden pas bij de Voorjaarsnota 2027 verwacht.
De 4 scenario’s
De scenario’s gaan steeds een stap verder. Scenario 1 blijft het dichtst bij het huidige wetsvoorstel. In de volgende scenario’s verschuift de belastingheffing steeds verder richting een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt over een waardestijging als je die daadwerkelijk realiseert.
Scenario 1:
Het bestaande wetsvoorstel verbeteren
In dit scenario blijft het wetsvoorstel dat er al ligt in grote lijnen overeind. Wel worden verschillende bezwaren aangepakt.
Het gaat bijvoorbeeld om:
verliesverrekening met het voorgaande belastingjaar
geen belastingheffing bij vermogensverschuiving door trouwen of scheiden
het stimuleren van duurzaam (groen) beleggen
betere regels voor beleggen in start- en scale-ups
maatregelen om de belastingdruk in box 3 te verlagen, bijvoorbeeld door het tarief te verlagen of het heffingsvrije resultaat te verhogen.
De hoofdregel blijft dus een vermogensaanwasbelasting. Je betaalt belasting over je jaarlijkse rendement, inclusief winst op papier. Voor vastgoed en start- en scale-ups geldt een vermogenswinstbelasting en betaal je pas bij verkoop.
Scenario 2:
Het bestaande wetsvoorstel als tussenstap
Scenario 2 begint hetzelfde als scenario 1. De nieuwe box 3-regels gaan in 2028 in, met een vermogensaanwasbelasting als hoofdregel.
Maar dat is dan nadrukkelijk een tussenstap. Uiteindelijk wordt overgestapt op een volledige vermogenswinstbelasting. Vanaf dat moment betaal je over waardestijgingen pas belasting als je de winst daadwerkelijk realiseert.
Scenario 3:
Voorlopig geen nieuwe box 3
In scenario 3 gaat het huidige wetsvoorstel van tafel. Er komt een nieuw plan waarin papieren winsten niet meer worden belast.
Dat betekent wel uitstel. Tot en met 2029 blijven de huidige box 3-regels gelden: belastingheffing over een forfaitair rendement, met een tegenbewijsregeling als je werkelijke rendement lager is.
Vanaf 2030 zou dan een nieuw stelsel op basis van een vermogenswinstbelasting kunnen ingaan.
Scenario 4:
In 2028 al grotendeels naar een vermogenswinstbelasting
Scenario 4 maakt de grootste stap.
Vanaf 2028 geldt de vermogenswinstbelasting niet alleen voor vastgoed en start- en scale-ups, maar ook voor financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties. Daardoor valt 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder de vermogenswinstbelasting.
Voor die bezittingen betaal je dus pas belasting over de waardestijging als je de winst realiseert.
In 2030 volgt vervolgens de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting voor de overige vermogensbestanddelen.
Wat kost dat?
Aan alle scenario’s hangt een stevig prijskaartje. Volgens het kabinet gaat het om miljarden. Het aanpassen van het bestaande wetsvoorstel kost geld, maar ook een overstap van een vermogensaanwasbelasting naar een vermogenswinstbelasting zal de overheid veel geld kosten.
De reden is eenvoudig: bij een vermogensaanwasbelasting wordt ieder jaar afgerekend over waardestijgingen. Bij een vermogenswinstbelasting wordt de belasting uitgesteld totdat je bijvoorbeeld je aandelen of vastgoed verkoopt.
Voorlopig doorgaan met het huidige stelsel, zoals in scenario 3, is het duurst. Belastingplichtigen kunnen daarbij gebruikmaken van de tegenbewijsregeling als hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Daarom bevat de brief ook verschillende mogelijkheden om de lagere belastingopbrengst te compenseren.
Wie gaat dat betalen?
Een deel van het geld zou uit box 3 zelf kunnen komen. Denk aan een hoger forfaitair rendement, een lager heffingsvrij vermogen of een hoger belastingtarief.
Maar er worden ook maatregelen buiten box 3 genoemd. Bijvoorbeeld:
het bedrag dat je zonder fiscale gevolgen van je eigen BV mag lenen verlagen van €500.000 naar €400.000;
het lage tarief in de vennootschapsbelasting afschaffen
ervoor zorgen dat je bij een lager inkomen al 49,5% inkomstenbelasting in box 1 betaalt
het aanpakken van papieren schenkingen
Dat maakt de discussie over box 3 breder dan alleen de vraag hoe vermogen straks wordt belast. Ook de vraag wie uiteindelijk voor de lagere opbrengst opdraait, ligt dus op tafel.
Hoe gaat het verder?
De brief vormt de basis voor het gesprek met de Eerste en Tweede Kamer. Het kabinet zegt daarbij open te staan voor nieuwe inzichten. Het staat dus nog allerminst vast dat het scenario 1, 2, 3 of 4 wordt. Er kan ook een andere variant uit de gesprekken komen. Meer duidelijkheid wordt niet eerder verwacht dan bij de Voorjaarsnota van 2027.
Wat moet je nu doen?
Wacht met ingrijpende keuzes die alleen zijn gebaseerd op verwachtingen over het nieuwe box 3-stelsel. Daarvoor is nog te veel onzeker.
Kijk ondertussen wel naar de mogelijkheden om je belasting in het huidige box 3-stelsel te beperken. En houd bij beslissingen voor de langere termijn rekening met de kans dat box 3 er over een paar jaar heel anders uitziet.
Dat is vooral belangrijk bij keuzes die je niet gemakkelijk kunt terugdraaien.
Lees ook ‘Box 3 opnieuw uitgesteld: wat betekent dit voor jou?’ |