Box 3 gaat ingrijpend veranderen: vanaf 2028 komt er een vermogenswinstbelasting, maar spaarders en beleggers merken al in 2027 veranderingen.
Er komt meer duidelijkheid over de toekomst van box 3. Waar het kabinet rond Prinsjesdag nog 4 mogelijke scenario’s schetste, ligt er nu een concreter voorstel: vanaf 2028 moet voor een groot deel van het vermogen een vermogenswinstbelasting gaan gelden. Om die overstap mogelijk te maken, verandert er ook in 2027 al het nodige.
Sneller naar een vermogenswinstbelasting
Vanaf 2028 moet de belasting in box 3 worden gebaseerd op het werkelijke rendement op vermogen. Het kabinet wil daarbij sneller overstappen op een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat je over een waardestijging pas belasting betaalt als je de winst daadwerkelijk realiseert, bijvoorbeeld door aandelen te verkopen. Zolang de winst alleen op papier bestaat, betaal je er dus geen belasting over.
Vanaf 2028 gaat deze vermogenswinstbelasting gelden voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties. Daarmee valt naar verwachting ongeveer 90% van het vermogen in box 3 onder deze manier van belasting heffen.
Vanaf 2030 moet de vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen gelden.
Wie betaalt de rekening?
De snellere overstap naar een vermogenswinstbelasting kost de overheid op korte termijn geld. De belasting over vermogenswinsten wordt immers pas geïnd op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Om dit te financieren, stelt het kabinet verschillende maatregelen voor.
Box 3 in 2027— lager heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrije vermogen gaat in 2027 omlaag naar €30.846 per persoon en €61.692 voor fiscale partners. Nu is dat nog €59.357 respectievelijk €118.714.
Box 3 in 2027 — hoger forfait voor overige bezittingen
Voor overige bezittingen gaat het forfaitaire rendement met 1,5 procentpunt omhoog: van 6,37% naar 7,87%. Hieronder vallen ook huurinkomsten en het eigen gebruik van onroerende zaken.
Box 3 vanaf 2028 — lager heffingsvrij resultaat
Vanaf 2028 wordt het heffingsvrije vermogen vervangen door een heffingsvrij resultaat. Het voorgestelde bedrag gaat omlaag van €1.800 naar €1.000.
Heb je bijvoorbeeld alleen spaargeld en ontvang je 2% rente? Dan levert €50.000 spaargeld een rendement van €1.000 op. Over dat resultaat betaal je dan geen belasting. Over elke euro meer rente betaal je dus €0,36.
Box 2 — minder lenen van de BV zonder fiscale gevolgen
Op dit moment kun je tot € 500.000 van je eigen BV lenen zonder dat dit vanwege de regeling excessief lenen tot belastingheffing in box 2 leidt. Vanaf 2027 wordt deze grens in vijf stappen van €80.000 verlaagd naar €100.000. Daarbij geldt steeds 31 december als peildatum:
- 2027 maximaal €420.000
- 2028 maximaal €340.000
- 2029 maximaal €260.000
- 2030 maximaal €180.000
- 2031 maximaal €100.000
Wie meer leent, betaalt belasting in box 2. Eigenwoningleningen blijven buiten beschouwing.
Box 2 van 2027 t/m 2030 — tijdelijke lager tarief tweede schijf. Het tarief in de tweede schijf van box 2 wordt tijdelijk verlaagd van 31% naar 29,2%. Dat kan het voor ondernemers aantrekkelijker maken om in deze jaren geld als dividend uit hun BV te halen.
Overige maatregelen
Ook op andere terreinen stelt het kabinet wijzigingen voor:
De arbeidskorting gaat per 2027 met €133 omhoog in plaats van €173.
De grens voor het toptarief in box 1 van 49,5% gaat in 2027 omhoog. Het toptarief geldt dan vanaf een inkomen van €80.578, in plaats van €78.426.
De algemene heffingskorting wordt langzamer afgebouwd bij toename van het inkomen.
De voorgenomen bezuinigingen op de WW, de tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) gaan niet door.
De tijd dringt
Op 31 december moet voorgaande aangenomen zijn door de Tweede en Eerste Kamer. ‘Een ambitieus tijdpad voor het wetgevingsproces’, aldus het kabinet.
Vooral spaarders en dga’s gaan de komende jaren dus meer belasting betalen. Een en ander is te lezen in een brief van het kabinet aan de Tweede Kamer.
Lees ook Platgeslagen: wat zit er in box 3? |