Is het verstandig om te sparen bij aanbieders die een veel hogere (spaar)rente bieden dan de bank? Henry Meijer wijst op het risico dat je hierbij loopt en geeft handvatten dit af te wegen. Uiteindelijk moet je natuurlijk wel besluiten of je het doet of niet.
In FiscAlert lees je regelmatig dat je met beleggen op lange termijn meer vermogen opbouwt dan met sparen. Dat moet je doen als je je daar prettig bij voelt. Sommigen vinden beleggen te risicovol, maar zijn niet tevreden met de circa 2% die ze bij de bank kunnen krijgen. Zij kunnen terecht bij aanbieders die een hogere rente bieden. Daarvoor moet je bereid zijn de veiligheid van de bank op te geven. Bij clubs als Brickwise, Bridge Fund en Mogelijk krijg je zo’n 5%. Bij een bedrag van €100.000 en een looptijd van 5 jaar is dat in totaal €15.000 meer dan bij de bank. Er zijn aanbiedingen met nog hogere rentes. Zo viel mijn oog op een mailing van JR Ship Investmens met een aanbod van 7,5%. Het betrof de financiering van een schip. Bij crowdfunding kom je trouwens nog hogere rendementen tegen. In onze rubriek Op de deurmat zie je dergelijke aanbiedingen met enige regelmaat voorbijkomen.
Gedacht wordt soms dat deze manier van sparen bijna even veilig is als de bank. Volgens de voorwaarden krijg je immers de inleg terug. Bedenk dat de reden voor de hoge rente het risico is dat je de inleg geheel of gedeeltelijk kwijtraakt. Enerzijds wil je een fatsoenlijk rendement op je spaargeld, anderzijds wil je dit beslist niet kwijtraken. No guts no glory, maar hoe maak je een goede afweging?
Dat is nog niet zo eenvoudig. Als je kiest voor de bank krijg je per jaar stel 2% rente over jouw €100.000 aan spaargeld. Als de bank failliet gaat, treedt het Depositogarantiestelsel in werking: de staat garandeert saldi tot €100.000. Bij een looptijd van 5 jaar ontvang je in totaal €10.000 rente. Afgezien van rente-op-rente heb je aan het einde van de rit €110.000, inleg plus rente. Kies je voor de 5% dan heb je na 5 jaar als alles goed gaat €125.000. Stel er is een kans van 3% dat je daarbij de inleg kwijtraakt en ook geen rente ontvangt, het worst case scenario. Vermenigvuldig die 3% dan met €125.000. Je krijgt dan €3.750. Als je dat aftrekt van de €125.000 resteert €121.250. In de statistiek heet dat ‘verwachte waarde’. Dat is royaal meer dan de €110.000 bij de bank. Laten we eens kijken bij welk faalpercentage de uitkomst gelijk is als bij de bank. Na een paar keer proberen kom ik uit op 12%. Schat je dit hoger in, dan is het risico te groot en moet je het niet doen. Deze globale benadering geeft hopelijk al enig houvast.
Bedenk dat de reden voor de hoge rente het risico is dat je de inleg geheel of gedeeltelijk kwijtraakt.
Oké, dit is nogal theoretisch. Voor een goede beslissing zou je op z’n minst een enigszins betrouwbare inschatting van het faalrisico willen hebben. Banken beschikken daarvoor over uitgebreide gegevens voor verleende kredieten. Het risico is bijvoorbeeld bij woninghypotheken lager dan bij bedrijfsfinancieringen. Mensen zoals jij en ik hebben die gegevens niet. Wij moeten daarom uitgaan van een subjectieve inschatting en van gezond boerenverstand. Als de economie redelijk blijft marcheren zullen de meeste spaarders met risico de hoge rente krijgen en hun inleg terugontvangen. Bij een serieuze crisis zullen echter enkele aanbieders door het ijs zakken en een verlies met zich meebrengen. Voor vastgoed heeft zich dit nog niet zo lang geleden voorgedaan. Zo daalden in de periode 2008 tot en met 2014 de prijzen van bedrijfspanden, kantoren en winkels gemiddeld met maar liefst 42%. In dat licht is een faalrisico van 12% niet onwaarschijnlijk.
Veel van de aanbiedingen waar het hier om gaat, hebben betrekking op vastgoedfinaniering. Vandaar mijn verwijzing naar de vastgoedcrisis. Ik ben er in het voorgaande van uitgegaan dat je bij het falen van een project helemaal geen rente ontvang en niets van de inleg terugkrijgt, het zwartste scenario. In de praktijk komt het vaker voor dat er pas na verloop van tijd problemen ontstaan. Je hebt dan bijvoorbeeld 3 jaar lang rente ontvangen, waarna dat stopt. Aan het einde van de looptijd krijgt je in plaats van de volledige inleg slechts de helft uitgekeerd. De strop is dan 2 jaar gemiste rente en 50% van de hoofdsom: 2 x €5.000 + 50% x €100.000 = € 60.000. Als je op basis van deze uitgangspunten de berekening van hiervoor herhaalt, ben je bij een faalpercentage hoger dan 25% slechter af dan bij de bank. Zo’n strop kan zich voordoen als de aanbieder het pand niet voor de gehoopte prijs te gelde kan maken. Eerst moet de door de bank verstrekte hypotheeklening worden terugbetaald en vervolgens gaan er van de opbrengst nog allerlei kosten af. Het restant is mogelijk onvoldoende voor het goedmaken van de volledige inleg.
Voor het risico is het van groot belang of je één partij financiert of dat sprake is van meerdere partijen. De in de inleiding genoemde aanbieders op het gebied van vastgoed bundelen een groot aantal kredieten. Die spreiding betekent een lager risico. Maar bij een ernstige crisis moet ondanks die spreiding toch rekening worden gehouden met een strop. Bij andere aanbiedingen, waaronder crowdfunding, is het faalrisico vaak dermate groot dat de propositie ook bij een zeer hoge rente niet aantrekkelijk is.
Stel, je oriënteert je op een spaarvorm met een hoge rente, je houdt rekening met een faalkans van 20% en de verwachte waarde is gelijk aan sparen. Het zou dan onlogisch zijn voor de hoge rente te kiezen. De spaarvorm heeft dan namelijk geen hogere waarde dan sparen bij de bank; je wordt niet voor het risico beloond, omdat de hoge rente wordt geneutraliseerd door de faalkans. Een aanbieding is pas aantrekkelijk als de verwachte waarde van de propositie hoger is dan bij de bank.
Mensen hebben een kort geheugen. Het gaat nu redelijk goed met de economie. Zo stijgen de prijzen op de vastgoedmarkt sinds 2015 onophoudelijk. De meeste bedrijven maken winst. Hoe langer het positieve sentiment aanhoudt, hoe meer men geneigd is te denken dat het daarmee nog wel geruime tijd door zal gaan. De voorspelling wordt gebaseerd op het verleden. Resultaten uit het (recente) verleden bieden echter geen garantie voor de toekomst. Een wijsheid waarvan de overheid vindt dat wij daar tot vervelens toe aan moeten worden herinnerd. Crises horen bij ons economische systeem en niemand kan die met zekerheid voorspellen. Ook als er geen sprake is van een economische crisis, kun je een trouwens strop lijden. Zo kan je de dupe worden van slechte projecten, slecht management of ordinaire fraude. Ik verwijs hiervoor naar de boeiende serie ‘Handige Harrie’ van collega Kapé Breukelaar, gepubliceerd in de zomer van 2025. Daarin bespreekt hij de lotgevallen van de bij Harry Mens aangeprezen aanbiedingen die een lage beoordeling van FiscAlert hebben gekregen.
Als je voor een prikkie een gebruikte auto koopt, zegt dat iets over wat je kunt verwachten. Als iemand jou een hoge rente biedt… De moraal van het verhaal is dat je bij een hogere rente dan de bank moet beseffen dat er een kans is dat je niet de beloofde rente ontvangt een ook niet de (volledige) inleg terugkrijgt. Dat risico zal zich vooral manifesteren als de economie gaat happeren. Het is prima om voor de hoge rente te gaan als je dit risico maar meeweegt bij je beslissing.
1. €125.000 – 12% x €125.000 = €110.000.
2. In formule: 25% x (€125.000 - €60.000)+75% x (€125.000).