Nooit was een generatie ouderen zo rijk als onze babyboomers. Zes op de tien Nederlandse 65-plussers bezit, inclusief hun eigen huis, meer dan een ton. Een kwart bezit zelfs meer dan half miljoen euro. Maar tegelijkertijd telt deze generatie een groeiend aantal dementerenden, digitale nitwits, zieken en eenzame weduwen en weduwnaars met weinig tot geen financieel benul, maar wel bezittingen en spaargeld. Die rijkdom trekt gelukszoekers en graaiers zoals mestvliegen afkomen op een hoop stront.
Eén vorm van graaien is financieel misbruik of uitbuiting van ouderen door bekenden. In ons land overkomt dat jaarlijks zo’n 30.000 ouderen - meestal vrouwen. Het werkelijke aantal slachtoffers ligt waarschijnlijk een stuk hoger, want slachtoffers van financieel misbruik melden dit lang niet altijd, bijvoorbeeld uit schaamte, afhankelijkheid van de dader (die vaak een familielid of bekende is), of omdat ze het niet eens doorhebben. Een kleindochter steelt bijvoorbeeld contant geld of sierraden van oma, of betaalt bedragen met haar bankpas voor zichzelf. Er zijn zelfs mensen die hun hulpbehoevende (groot)ouder afpersen of dwingen tot een testamentwijziging. Soms wordt een oudere financieel zo uitgekleed dat probleemschulden ontstaan.
Maar ook zorgverleners, mantelzorgers of behulpzame buurtgenoten vergrijpen zich weleens aan de rijkdom van dementerende, verstandelijke beperkte of anderszins hulpbehoevende ouderen. Neem het geval Herman Beekhuis. Deze man, met het begripsvermogen van een zesjarige, woonde tot zijn 67e in een zorginstelling. Toen hij in 2014 overleed bleek, tot verbijstering van zijn familie, dat hij ooit een testament had laten opstellen. Daarin had Herman zijn hele vermogen, via de zogeheten Prinsen Geerlings Stichting, vermaakt aan zijn zorginstelling. Het kostte de familie vijf jaar juridische strijd om het testament vernietigd te krijgen. De notaris had natuurlijk onraad moeten ruiken. Maar meer dan eens blijft dit soort malversaties onontdekt.
En dan zijn er nog talloze beroepsoplichters in binnen- en buitenland die het op de smakelijke vermogens van onze 65-plussers hebben gemunt. Ze benadelen ze met babbeltrucs, valse rekeningen, phishing mails of te dure abonnementen. Daarnaast hebben beleggingsfraudeurs in boiler rooms het op financiële naïevelingen voorzien. Telefonisch verkopen ze deze stakkers aandelen die waardeloos of nep zijn. Sommige slachtoffers raken er tonnen aan kwijt. Maar veel leed blijft verborgen, want net als bij verkrachting zwijgen gedupeerden vaak uit schaamte of angst.
Denk niet: Dat zal mij nooit overkomen. Iedereen kan ooit een hulpbehoevende, demente of eenzame oudere worden. Misschien valt een van je ouders al in die categorie. Geldzaken moet je regelen als je nog bij de tijd bent. Dat verkleint de kans dat je geld ooit het slechtste in een medemens naar boven haalt.
1. Blijf digitaal bij
Zorg dat je overweg blijft kunnen met een mobiele telefoon, apps en een computer met antivirussoftware. Ik ken digibeten van nog geen zeventig die nu al niks (willen) snappen van computerveiligheid, wachtwoorden, hun DigiD, en betalen via de smartphone. Zij moeten voor al hun geldzaken vertrouwen op anderen.
2. Bespreek je financiën met meerdere vertrouwde mensen
Bedenk eens wie je écht kunt vertrouwen. Betrek verschillende familieleden, vrienden of een adviseur bij je financiën, zodat niet één persoon alles regelt. Een sterk sociaal netwerk maakt je minder kwetsbaar voor isolatie en manipulatie.
3. Stel een levenstestament op bij de notaris
Leg vast wie je geldzaken mag regelen als je dat zelf niet meer kunt (bijvoorbeeld door dementie), en benoem een toezichthouder die controleert op misbruik. Dit voorkomt dat één persoon ongecontroleerd toegang krijgt tot je vermogen.
4. Geef nooit je pincode door en bewaar je pinpas veilig
Laat niemand – ook geen familielid of lieve zorgverlener – je pincode weten of je betaalpas meenemen. Betaal liever contant voor boodschappen die anderen voor je doen. Of:
5. Open een aparte 'boodschappenrekening' met beperkt saldo
Open een tweede rekening met een beperkt saldo en geef eventueel een machtiging aan een helper voor alleen die rekening. Zo beperk je het risico als iemand je pinpas misbruikt voor eigen uitgaven.
6. Controleer regelmatig je banksaldo of -afschriften en stel limieten in
Vraag je bank om een dagelijkse pinlimiet in te stellen en bestudeer minimaal maandelijks je rekeningsaldo (of laat een vertrouwd persoon meekijken). Dit helpt vreemde transacties snel op te merken.