De Algemene Ouderdomswet (AOW) lijkt een vast gegeven: als je ‘jong’ bent, betaal je premie, en je krijgt AOW als je ‘oud’ bent. Maar de cijfers erachter zijn sterk veranderd — en spelen een rol in de discussie over de betaalbaarheid in de toekomst.
Wist je dat…
…de AOW begon in een ‘jong’ Nederland?
In 1957 kregen 900.000 mensen AOW op een bevolking van 11 miljoen (8,5%). Inmiddels zijn dat er meer dan 3,6 miljoen op ruim 18 miljoen inwoners (20%): het aandeel ouderen is dus meer dan verdubbeld.
Wist je dat…
…de AOW-periode flink is toegenomen?
In 1957 leefde een 65-jarige nog zo’n 15 jaar. Inmiddels is de resterende levensverwachting rond de 20 jaar, waardoor de AOW gemiddeld langer wordt uitgekeerd.
Wist je dat…
…de verhouding tussen werkenden en AOW’ers is gehalveerd?
In 1957 waren er 6,3 premiebetalers per AOW’er. Nu zijn dat er 3,7 — een duidelijke verschuiving in de financiering van het stelsel.
![]()
Wist je dat…
…de AOW een omslagstelsel is?
Werkenden betalen het grootste deel van de kosten van de AOW. De kosten worden ‘omgeslagen’. Je bouwt geen eigen AOW-potje op.
Wist je dat…
…de AOW een groter beslag legt op de begroting?
In 1957 ging 5,8% van de rijksbegroting naar de AOW. In 2026 is dat circa 11%: ongeveer €57 miljard, gemiddeld zo’n €6.700 per huishouden.
Wist je dat…
…de premie nog maar een deel van de kosten dekt?
De AOW-premie dekt minder dan de helft van de uitgaven. De rest wordt betaald uit algemene middelen. Dit wordt ook wel fiscalisering genoemd.
Wist je dat…
…een deel van de AOW buiten Nederland wordt uitgekeerd?
Van de 3,6 miljoen AOW’ers wonen er ongeveer 330.000 in het buitenland en ontvangen daar hun uitkering.
![]()
Wist je dat…
…de AOW-leeftijd is verhoogd?
Sinds 2013 stijgt de AOW-leeftijd mee met de levensverwachting. Inmiddels ligt die op 67 jaar. Ook volgend jaar blijft dat zo. Van 2028 tot en met 2031 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden.
Wist je dat…
…een lagere AOW-leeftijd direct effect heeft op de cijfers?
Bij een AOW-leeftijd van 65 jaar komen er circa 450.000 AOW’ers bij (+12,5%). Tegelijk daalt het aantal premiebetalers per AOW’er van 3,7 naar 3,1.
Wist je dat…
…de kosten al decennia oplopen?
Sinds 1957 zijn de AOW-uitgaven met gemiddeld bijna 8% per jaar gestegen, terwijl het aantal premiebetalers per AOW’er juist is afgenomen.
Wist je dat…
…er plannen waren om de AOW op langere termijn aan te passen?
Het nieuwe kabinet had voorstellen gedaan om de AOW betaalbaar te houden, waaronder een snellere verhoging van de AOW-leeftijd en aanpassing van de opbouw. Daar kwam veel kritiek op van de oppositie en de vakbonden. Uiteindelijk zijn de plannen ingetrokken. Lees ‘AOW-leeftijd toch niet sneller omhoog’
![]()
Wist je dat…
…de AOW-uitkering per januari 2026 is verhoogd?
Een alleenstaande ontvangt in 2026 €1.637 bruto per maand (circa €19.600 per jaar). Partners krijgen €1.122 bruto per persoon per maand (zo’n €13.500 per jaar). Per 1 juli wordt de AOW weer aangepast. Je leest er meer over op svb.nl/aow
Wist je dat…
…de meeste AOW’ers aanvullend pensioen hebben?
Naast de AOW ontvangen veel mensen een aanvullend pensioen. Dat ligt gemiddeld rond de €12.000 per jaar.
Wist je dat…
…de opbouw afhankelijk is van wonen in Nederland?
Je hebt recht op een volledige AOW-uitkering als je in de 50 jaar voorafgaand aan je AOW-leeftijd in Nederland woonde of werkte. Voor elk jaar minder krijg je 2% minder AOW.