De overheid heeft een gekke hobby: belasting heffen over rendement dat nooit is gemaakt. Maar dat is precies wat er gebeurt met aandelen en obligaties in box 3. Vooral bij obligaties wringt dat.
Wie als particulier in staatsobligaties belegt, doet dat meestal om risico te beperken, niet voor de spectaculaire rendementen. De rente op kortlopende staatsobligaties ligt grofweg in de buurt van spaarrente. Alleen worden obligaties in box 3 fiscaal als belegging behandeld, waarbij de Belastingdienst een fictief rendement hanteert van zo’n 6%. En daar gaat het mis. Een obligatieportefeuille levert slechts zo’n 2 tot 2,5% op. Daar gaan dan de kosten van vermogensbeheer nog af, bij veel partijen al snel 1%.
Box 3 maakt obligaties fiscaal onaantrekkelijk
Vervolgens komt box 3 langs, waarin wordt gerekend met zo’n 6% rendement in plaats van die 2 tot 2,5%. En daarover betaal je vervolgens nog 36% belasting. Resultaat: een zeer mager of zelfs negatief netto rendement. Toch hebben Nederlandse vermogensbeheerders particuliere klanten jarenlang zonder blikken of blozen in defensieve of neutrale profielen gezet, vol obligaties. Keurig verpakt als voorzichtig beleid. Daar heeft onze sector steken laten vallen. Vermogensbeheerders moeten veel duidelijker zeggen dat obligaties in box 3 voor particulieren vaak fiscaal onaantrekkelijk zijn. Zeker als daar ook nog hoge beheerkosten bovenop komen. Wie zekerheid zoekt, is met spaargeld vaak beter af. Dat klinkt weinig verheffend voor een sector die graag ingewikkeld doet over assetallocatie en risicoprofielen, maar het is wel de waarheid. En precies daar zit het ongemak: jarenlang is particulieren verteld dat beleggen in obligaties verstandig was om het risico te verminderen, terwijl dit in box 3 vaak vooral een keurige manier was om rendement te vernietigen.
(020) 767 17 25 | [email protected]