Als de rente stijgt, doet de onrust dat vaak ook. Vrijwel dagelijks verschijnen berichten over oplopende staatsrentes, groeiende overheidsschulden en de mogelijke gevolgen voor aandelenmarkten. De indruk ontstaat dat hogere rentes per definitie slecht nieuws zijn voor beleggers.
Begrijpelijk, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Dat een Amerikaanse tienjaarsrente van rond de 5% zo veel aandacht krijgt, is niet verrassend. Beleggers hebben zulke niveaus lange tijd nauwelijks gezien. Bovendien is het de belangrijkste rente ter wereld. Veranderingen werken door in de financieringskosten van overheden, bedrijven en huishoudens wereldwijd, ook in Nederland. Toch verschilt de huidige rentestijging wezenlijk van die in 2022. Destijds zorgde een unieke combinatie van ontwrichte toeleveringsketens, enorme consumentenvraag na de pandemie en een uitzonderlijk krappe arbeidsmarkt voor een inflatieschok. Die dwong centrale banken hard op de rem te trappen. Die omstandigheden zien we vandaag niet terug.
Groeit de economie sterk genoeg om de gestegen rente te dragen?
Sterker nog, beleggers verwachten juist dat de inflatie op de lange termijn onder controle blijft. De hogere rente wordt vooral gedreven door stijgende reële rentes. Dat is een belangrijk onderscheid. Een hogere rente in een stabiele economische omgeving heeft doorgaans heel andere gevolgen dan een rente die stijgt door ontsporende inflatie. Dé kernvraag: blijft de economie sterk genoeg groeien om de hogere rente te dragen? Zolang de nominale groei hoger ligt dan de financieringskosten, blijft de druk beheersbaar. Voor beleggers betekent dit dat een hogere rente niet automatisch een bedreiging vormt. Uiteindelijk bepalen economische veerkracht, innovatie en winstgroei het rendement. En juist die krachten hebben zich de afgelopen jaren opvallend robuust getoond.
Rabobank |